DE MEERN - De EU-maatregel tegen de IATA-tariefsafspraken leiden niet tot lagere, maar juist tot hogere tarieven voor zakenreizigers. Dit concludeert reisbrancheorganisatie ANVR op basis van berekeningen van zakenreisonderneming BCD Travel. De ANVR heeft inmiddels een brief geschreven aan EU-commissaris Neelie Kroes.
Al jaren worden door luchtvaartmaatschappijen onderlinge prijsafspraken gemaakt voor het accepteren van elkaars klanten. Deze interlining-afspraken maken het voor zakenreizigers mogelijk bijvoorbeeld een latere terugvlucht met een andere maatschappij te nemen.
De zogeheten yy-tarieven (geldig voor alle vliegtuigmaatschappijen) geven zakenreizigers grote flexibiliteit tegen een overigens fors tarief. Voor het vaststellen van deze tarieven hield IATA jaarlijks conferenties om voor de duizenden mogelijke routes prijzen af te spreken. Deze prijsafspraken waren uitgezonderd van de EU-mededingingsregels.
EU-commissaris Kroes heeft in oktober 2006 deze uitzonderingspositie opgeheven voor routes binnen de EU. Later volgen de routes op landen buiten de EU. Ruwweg vijf tot tien procent van alle IATA-tickets zijn interlinetickets.
Duurdere tickets
Met de afschaffing van de tariefsconferenties is door IATA een nieuw berekeningssysteem ontwikkeld voor de vaststelling van interlinetarieven. Ruwweg wordt van een route de prijs berekend op basis van tarieven van vliegtuigmaatschappijen die op deze route direct vliegen of waarmee met een tussenstop te vliegen is. Boven op het gemiddeld hoogste tarief wordt een vast percentage van zes procent door IATA gezet. Het nieuwe systeem is per 1 maart in de EU van kracht.
Berekeningen van BCD Travel laten echter zien dat de interlinetarieven in het nieuwe systeem tot twintig procent hoger zijn dan voorheen. Met name ‘enkele reis’-tarieven zijn fors hoger, zo blijkt uit de berekeningen.
De ANVR vindt dat dit het tegengestelde is van wat de EU heeft beoogd en daarmee zijn doel voorbij schiet. Afschaffing van de tariefsconferenties had juist tot lagere interlinetarieven moeten leiden, aldus de brancheorganisatie.
Al jaren worden door luchtvaartmaatschappijen onderlinge prijsafspraken gemaakt voor het accepteren van elkaars klanten. Deze interlining-afspraken maken het voor zakenreizigers mogelijk bijvoorbeeld een latere terugvlucht met een andere maatschappij te nemen.
De zogeheten yy-tarieven (geldig voor alle vliegtuigmaatschappijen) geven zakenreizigers grote flexibiliteit tegen een overigens fors tarief. Voor het vaststellen van deze tarieven hield IATA jaarlijks conferenties om voor de duizenden mogelijke routes prijzen af te spreken. Deze prijsafspraken waren uitgezonderd van de EU-mededingingsregels.
EU-commissaris Kroes heeft in oktober 2006 deze uitzonderingspositie opgeheven voor routes binnen de EU. Later volgen de routes op landen buiten de EU. Ruwweg vijf tot tien procent van alle IATA-tickets zijn interlinetickets.
Duurdere tickets
Met de afschaffing van de tariefsconferenties is door IATA een nieuw berekeningssysteem ontwikkeld voor de vaststelling van interlinetarieven. Ruwweg wordt van een route de prijs berekend op basis van tarieven van vliegtuigmaatschappijen die op deze route direct vliegen of waarmee met een tussenstop te vliegen is. Boven op het gemiddeld hoogste tarief wordt een vast percentage van zes procent door IATA gezet. Het nieuwe systeem is per 1 maart in de EU van kracht.
Berekeningen van BCD Travel laten echter zien dat de interlinetarieven in het nieuwe systeem tot twintig procent hoger zijn dan voorheen. Met name ‘enkele reis’-tarieven zijn fors hoger, zo blijkt uit de berekeningen.
De ANVR vindt dat dit het tegengestelde is van wat de EU heeft beoogd en daarmee zijn doel voorbij schiet. Afschaffing van de tariefsconferenties had juist tot lagere interlinetarieven moeten leiden, aldus de brancheorganisatie.