Jan Cocheret: Bodyscanners

16 januari 2011

Ieder jaar gaan er wereldwijd 2,8 miljard vliegtuigpassagiers door een veiligheidspoortje op een paar duizend vliegvelden. Zij worden gecontroleerd door enkele tienduizenden beveiligingsbeambten, die iedere dag weer ontdekken dat van die 2,8 miljard passagiers ongeveer precies 2,8 miljard passagiers niets kwaads in de zin hebben.

Bovendien weet iedereen die langer dan vijf seconden nadenkt, dat het systeem nooit waterdicht te krijgen is. Een vliegveld waar tienduizenden mensen werken heeft altijd gaten in de beveiliging.

Voor de vooruitgang en de economie is het een zegen. Honderdduizenden mensen werken in de bewakingsindustrie. Hekken, poortjes, elektronica, opleidingen, het houdt niet op. En dan hebben we nu de bodyscanner.

Zelf loop ik al meer dan dertig jaar op vliegvelden rond. In het begin viel het als bemanning nog wel mee. Tegenwoordig is het andere koek. Iedere dag is het raak. De ene dag moet je riem wel af, de andere niet. Op het ene vliegveld moet je computer er uit, maar vergeet je hem op het andere vliegveld uit je tas te halen, dan krijg je de volle laag.

Als overlevingstactiek gebruik ik de stand-by mode. Dan breng ik mijzelf in een lichte staat van coma en zo stap ik het security circus in. Volkomen in trance ontdoe ik mij van riem, jasje, pet en veel te grote glimmende pilotenhorloge. Daarna zweef ik zachtjes door het poortje. Toch gaat het af en toe mis, zoals laatst op een niet nader te noemen Europees vliegveld. Het was in het midden van Engeland en het begint met een B.

Mijn poortjescoma was blijkbaar dieper dan normaal en ik werd opgeschrikt door een schreeuwende beveiliger: ‘Wilt u niet meewerken? Dan roepen we de politie! Benen wijd!’ Ik deed mijn benen wijd. ‘Armen gespreid zei ik’, schreeuwde de Nazi. Natuurlijk deed ik wat er gevraagd werd. Niet iedereen heeft een fijne jeugd gehad.

Sinds kort zie je steeds meer bodyscanners. Als je daar in staat, kunnen ze dwars door je kleren heen kijken. Daar schijnt niet iedereen even blij mee te zijn. In Amerika is er zelfs scanner ondergoed op de markt gebracht. Door de speciale inkt, die precies op de plek van de edele delen zit, zien beveiligers slechts een wazige vlek wanneer passagiers in de scanner staan.

Zelf ben ik juist blij met de scanner. Mijn stand-by mode ligt sinds kort zelfs in de prullenbak. Als een trotse afgetrainde bodybuilder ga ik staan. Laat ze maar kijken. Ik heb niets te verbergen! Tegenwoordig weet iedere instantie toch al alles van me. Door mijn uitgaven met creditcards en mijn gedrag op het internet is precies bekend wie ik ben en wat ik doe. Dan ben je alleen maar blij dat je iets terug kunt doen voor al die arme sloebers, die ons begluren. Kom maar jongens en meisjes, en geniet van mijn goddelijke lijf.

Jan Cocheret

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels.

Copyright Reismedia BV 2019