Paul Melkert: Op de vlucht

11 januari 2012

Hij staarde in het zwarte gat voor hem terwijl de vlucht langzaam door de nacht snelde. Negentien jaar deed hij dit nu al, maar de omschakeling, als copiloot naar de lange afstand vijf jaar geleden leek zijn tol te eisen. De vluchten daarvoor, binnen Europa, waren kort, dynamisch geweest, net als zijn leven; maar het gehang boven de oceaan was daarmee vergeleken eindeloos saai geworden, veelal op de automatische piloot, net als zijn leven nu.

De vlucht naderde 42 noord 50 west, een punt wat ze over de ouderwetse kortegolfradio aan Gander zouden moeten doorgeven. Cuba lag intussen bijna vier uur achter hen. Bijna de hele bemanning had er de vorige dag het nieuwjaar meegemaakt, kanonschoten als vuurwerk, en vanochtend nog snel het museum van de revolutie bezocht. Nog een dikke vier uur te gaan naar Amsterdam. Met een zucht pakte hij zijn pen en noteerde de tijden en brandstofstanden op het vliegplan, waarna hij zijn headset opzette en luisterde hoe de gezagvoerder de positie over de krakende radioverbinding aan New York gaf. Even later hing hij zijn headset weer op. 43 minuten leegheid tot het volgende positierapport, bedacht hij zich, terwijl hem nog een zucht ontsnapte.

"What's up", vroeg zijn collega vlieger. "Gaat het niet goed? We hebben je ook al gemist bij het inluiden van het nieuwe jaar."

Een beetje verrast door de directe vraag, antwoordde hij: "Ach, ik weet het niet, misschien heb ik het een beetje gehad met zo'n lange vlucht, zeker zo'n nachttraject waar je steeds maar in dat zwarte gat zit te staren en er niets gebeurt, ik weet het niet de laatste tijd."

Even bleef het stil. Plotseling tikte zijn collega een positie in de computer en verscheen er een groen ringetje op de rechter onderkant van het beeldscherm, waar ze zojuist op elf mijl afstand langs waren gevlogen.

"Kun je niet met een andere blik in dat zwarte gat kijken? Het is maar net met hoeveel verwondering je er naar kijkt."

"Hoe bedoel je?", vroeg de co.

Duidend op de groene ring en vervolgens het rechter raam sprak de gezagvoerder: "Daaronder in dat zwarte gat rechtsonder ons ligt de Titanic; op een ijsberg gelopen en langzaam gezonken, daar kunnen ze niks meer." Vervolgens dimde hij de zachte verlichting nog een beetje. "Maar boven ons staan drie miljard sterrenstelsels met elk honderden miljarden sterren. Een minuscuul iets daarvan is onze planeet. En wij hebben de mazzel ook daarvan nog eens een fractie getransformeerd sterrenstof te zijn wat is toegerust met verstand en gevoel. In dat zwarte gat van ons linker achterraam ligt, ver weg, het strand waar de gebroeders Wright nog maar zo’n honderd jaar geleden hun eerste vlucht maakten, terwijl ze van wat wij doen in dit ding hier nog niet eens konden dromen, deze feilloze samenbundeling van miljoenen onderdelen. Daardoor heb je met je eigen ogen kunnen zien wat bijvoorbeeld een revolutie met een land gedaan heeft daar achter ons. En daardoor kan je weer veilig naar huis, in dat zwarte gat voor ons. Een huis waar we sinds een paar jaar met iedereen in de hele wereld live in verbinding kunnen komen. De hele wereld heeft elkaar weer gevonden na ooit, vertrekkend uit Afrika, elkaar kwijt te zijn geraakt. Die verwondering."

Stil zette de vlucht zich voort. Hij dacht aan huis, Titanic, verbinding en ijsberg, terwijl de donkere oceaan plaats maakte voor de zee van Engelse verlichting en staarde naar de kluwen van wegen beneden. Toen brak het ochtendgloren het duister voor en boven hem. Met het indringende licht van de opkomende zon fel in de ogen liet hij de nacht definitief achter zich. Boven Oost-Engeland zetten ze de daling in met slechts de gapende wond van de relatief kleine Noordzee nog om over te steken in totale helderheid.

De landing liet niet meer op zich wachten. "Gear down", vroeg de co. De baas selecteerde de bedieningshendel van de wielen naar beneden. Twee paar ogen richten zich intenser dan anders op de rode lampjes van de wielpositie, die hun tijd namen om in groen te veranderen, wat aan zou geven dat al die samenspelende onderdelen van het landingsgestel gereed waren om de wielen met de thuislanding te confronteren. Vier groene. "Gear is down", zei de baas iets nadrukkelijker dan anders en een fractie van een seconde kruisten hun blikken elkaar in een vonk van onuitgesproken wederzijdse herkenning.

De co haalde de automaat er af en maakte zijn landing, een zachte maar duidelijke, op een windstille thuishaven welke net de neveligheid van zich af had geschud. In stilte taxiede hij de machine binnen naar hun parkeerpositie waar het dockingsysteem - om de laatste paar meters naar de gate te overbruggen - was aangezet door het wachtende grondpersoneel. Rustig telden de meters af en zette de co het vliegtuig stil. Maar hij trapte een fractie te laat op de rem, en in plaats van het gebruikelijke "ok" verscheen er "too far" op het systeem. Hij zette de parkeerrem, sloot de brandstoftoevoer van de motoren af en brak. Met de tranen over zijn wangen keek hij naar links: "ik weet niet hoe ik het haar vertellen moet, en mijn hart breekt als ik aan mijn kinderen denk."

Verbaasd keek zijn collega hem aan. Toen trof de blik in de ogen van zijn co hem als een mokerslag in zijn eigen verleden en vielen de stukken op hun plaats. Even moest hij zijn keel schrapen en sprak toen begripvol: "Ik handel het van hier wel alleen af, joh". De gezagvoerder realiseerde zich pijnlijk dat hij met die zin ook de strekking had gehanteerd waar zijn co zich even later bij thuiskomst mee geconfronteerd zag.

Paul Melkert
Verkeersvlieger

Reageren op artikelen? Graag! Er gelden spelregels. We moedigen toevoeging van uw reactie op onze content aan, maar kijken streng naar taalgebruik.

Copyright Reismedia BV 2019