NOORDWIJK - Europese lidstaten en de Europese Unie moeten meer oog hebben voor de infrastructuur van grote luchthavens, omdat anders de slag met de concurrentie in het Midden-Oosten en de Verenigde Staten wordt verloren. Dit zei Athar Husain Khan, de secretaris-generaal van de Association of European Airlines (AEA) maandag in Noordwijk op een symposium van de Dutch Aviation Group.
“De grote hubs in Europa zitten al jaren vol. Als er geen uitbreiding van de infrastructuur komt kan over twintig jaar twaalf procent van de vluchten niet worden geaccommodeerd. Dat zijn twee miljoen vluchten per jaar”, aldus Khan. In de tussentijd wordt er in het Midden-Oosten wel geïnvesteerd in luchthavens en deze vormen door de relatieve nabijheid ten opzichte van Europa een grote bedreiging.
De Nederlander Khan vindt dat de luchtvaartsector ook naar zichzelf moet kijken. “De luchtvaart draagt een miljard euro per dag bij aan de Europese economie. Maar we zijn er kennelijk nog niet in geslaagd dat belang in Brussel duidelijk te maken.”
Volgens Khan gaat de Europese Unie in zijn algemeenheid niet goed om met de luchtvaart. De topman van de AEA - alle grote netwerkcarriers in Europa zijn hierbij aangesloten - vindt dat de Europese Commissie, het Europese parlement en de 27 lidstaten elkaar te vaak dwarsbomen en dat gaat ten koste van de luchtvaart. “Terwijl wij goede Europeanen zijn, wij omarmen het Europa zonder grenzen”, aldus Khan.
Als voorbeelden gaf hij de dossiers over de emissiehandel (ETS), de Single European Sky (SES) en de passagiersrechten, waarop de verschillende stakeholders elkaar tegenwerken, waardoor er per saldo geen adequaat beleid van de grond komt. Khan: “Europa moet zich realiseren dat de luchtvaart een wereldwijde bedrijfstak is en daar naar handelen.”
Van onze redactie