ANKARA - Het Turkse leger heeft tot nu toe geen sporen van explosieven kunnen vinden op de restanten van een gevechtsvliegtuig dat op 22 juni in de Middellandse Zee stortte. Daarmee groeit de twijfel of het toestel wel echt bij de grens is neergehaald door Syrië, zoals Turkije steeds claimde.
Het Turkse leger gebruikte donderdag ook een andere terminologie om het incident te omschrijven. In een verklaring wordt gesproken over “ons vliegtuig dat Syrië zegt te hebben vernietigd” in plaats van “neergeschoten door Syrië”. Het leger heeft een deel van het wrak naar boven gehaald voor onderzoek. Andere wrakstukken worden op de bodem van de zee onderzocht.
Bij de crash van de F-4 Phantom kwamen de twee vliegers om.
Eerbetoon aan neergehaalde Turkse vliegers
(c) Reismedia / ANP
